Job 28:9
“Hij legt zijn hand aan de rots; hij keert de bergen om bij hun wortels.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 28 — omringende verzen
De vloed breekt uit ver van de bewoners; vergeten door de voet der mensen, zijn zij weggestroomd en ver van mensen heen gegaan.
5Wat de aarde betreft, daaruit komt brood voort; en van onderen wordt zij omgekeerd als met vuur.
6Haar stenen zijn de woonplaats van saffieren, en zij heeft stof van goud.
7Er is een pad dat geen vogel kent, en dat het oog van de gier niet heeft gezien;
8De jongen van de leeuw hebben het niet betreden, en de felle leeuw is er niet langsgegaan.
Hij legt zijn hand aan de rots; hij keert de bergen om bij hun wortels.
Hij houwt rivieren uit in de rotsen; en zijn oog ziet elke kostbare zaak.
11Hij bindt de rivieren zodat zij niet overstromen; en wat verborgen is, brengt hij aan het licht.
12Maar waar zal wijsheid gevonden worden? En waar is de plaats van het verstand?
13De mens kent haar waarde niet; noch wordt zij gevonden in het land der levenden.
14De diepte zegt: Zij is niet in mij; en de zee zegt: Zij is niet bij mij.