Job 31:13
“Als ik de rechtzaak van mijn dienstknecht of van mijn dienstmaagd heb veracht, wanneer zij met mij twistten;”
Kruisverwijzingen
Context
Job 31 — omringende verzen
Laat mij dan zaaien, en een ander ete; ja, laat mijn nakomelingen worden uitgeroeid.
9Als mijn hart verleid is geweest door een vrouw, of als ik opgeloerd heb aan de deur van mijn naaste;
10Dan late mijn vrouw voor een ander malen, en laten anderen zich over haar buigen.
11Want dit is een gruwelijke misdaad; ja, het is een ongerechtigheid te berechten door de rechters.
12Want het is een vuur dat verteert tot verderf, en zou al mijn inkomen uitroeien.
Als ik de rechtzaak van mijn dienstknecht of van mijn dienstmaagd heb veracht, wanneer zij met mij twistten;
Wat zou ik dan doen, wanneer God opstaat? en wanneer Hij bezoekt, wat zou ik Hem antwoorden?
15Heeft niet Degene Die mij in de moederschoot maakte, hem ook gemaakt? en heeft niet Één ons beiden gevormd in de schoot?
16Als ik de arme heb belet in zijn begeerte, of de ogen der weduwe heb doen bezwijken;
17Of als ik mijn bete alleen voor mijzelf heb gegeten, en de wees heeft daarvan niet gegeten;
18(Want van mijn jeugd aan is hij bij mij opgevoed als bij een vader, en ik heb haar geleid van de schoot mijner moeder af;)