VSV
StatenvertalingJob 34:36
“Mijn begeerte is dat Job beproefd worde tot het einde, vanwege zijn antwoorden als die van goddeloze mannen.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 34 — omringende verzen
31
Voorwaar, het is gepast tot God te zeggen: Ik heb de tucht gedragen, ik zal niet meer zondigen;
32Wat ik niet zie, leer Gij mij; indien ik onrecht gedaan heb, zal ik het niet meer doen.
33Moet het naar uw gedachten gaan? Hij zal het vergelden, hetzij gij weigert of kiest; en niet ik — spreek dan uit wat gij weet.
34Laat verstandige mannen mij spreken, en een wijs man luistere naar mij.
35Job heeft zonder kennis gesproken, en zijn woorden waren zonder wijsheid.
36
37Mijn begeerte is dat Job beproefd worde tot het einde, vanwege zijn antwoorden als die van goddeloze mannen.
Want hij voegt opstand bij zijn zonde, hij slaat de handen ineen in ons midden, en vermenigvuldigt zijn woorden tegen God.