Job 37:6
“Want Hij zegt tot de sneeuw: Val op de aarde; evenzo tot de zachte regen en tot de zware regen van Zijn kracht.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 37 — omringende verzen
Hiervan beeft ook mijn hart, en springt op uit zijn plaats.
2Luister aandachtig naar het geluid van Zijn stem, en naar het geluid dat uit Zijn mond gaat.
3Hij richt het onder de gehele hemel, en Zijn bliksem naar de einden der aarde.
4Daarna brult een stem; Hij dondert met de stem van Zijn majesteit, en Hij houdt hen niet terug wanneer Zijn stem gehoord wordt.
5God dondert op wonderbare wijze met Zijn stem; grote dingen doet Hij, die wij niet kunnen bevatten.
Want Hij zegt tot de sneeuw: Val op de aarde; evenzo tot de zachte regen en tot de zware regen van Zijn kracht.
Hij verzegelt de hand van elke mens, opdat alle mensen Zijn werk mogen kennen.
8Dan gaan de dieren in hun holen, en blijven op hun plaatsen.
9Uit het zuiden komt de wervelwind, en koude uit het noorden.
10Door de adem van God wordt vorst gegeven, en de breedte der wateren wordt bekneld.
11Ook doordat Hij bewatert, belast Hij de dikke wolk; Hij verspreidt Zijn lichtende wolk.