Johannes 11:18
“Bethanië nu was nabij Jeruzalem, omstreeks vijftien stadiën ver.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 11 — omringende verzen
Jezus echter had over zijn dood gesproken, maar zij meenden dat Hij over de rust van de slaap sprak.
14Toen zeide Jezus ronduit tot hen: Lazarus is gestorven.
15En Ik ben verblijd om uwentwil, dat Ik daar niet was, opdat gij geloven moogt; maar laat ons tot hem gaan.
16Toen zeide Thomas, genaamd Didymus, tot zijn medediscipelen: Laat ook ons gaan, opdat wij met Hem sterven.
17Toen Jezus dan kwam, vond Hij dat hij al vier dagen in het graf lag.
Bethanië nu was nabij Jeruzalem, omstreeks vijftien stadiën ver.
En vele van de Joden waren tot Martha en Maria gekomen om hen te troosten over hun broer.
20Martha dan, zodra zij hoorde dat Jezus kwam, ging Hem tegemoet; maar Maria bleef in het huis zitten.
21Toen zeide Martha tot Jezus: Heer, indien U hier geweest was, was mijn broer niet gestorven.
22Maar ook nu weet ik dat God U alles geven zal wat U van God vragen zult.
23Jezus zeide tot haar: Uw broer zal opstaan.