Johannes 12:34
“De menigte antwoordde Hem: Wij hebben uit de wet gehoord dat de Christus voor eeuwig blijft; hoe zegt U dan dat de Zoon des mensen verhoogd moet worden? Wie is deze Zoon des mensen?”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 12 — omringende verzen
De menigte dan die daarbij stond en dit hoorde, zei dat het gedonderd had; anderen zeiden: Een engel heeft tot Hem gesproken.
30Jezus antwoordde en zei: Deze stem is niet om Mijnentwil gekomen, maar om uwentwil.
31Nu is het oordeel over deze wereld; nu zal de vorst van deze wereld buitengeworpen worden.
32En Ik, als Ik van de aarde verhoogd word, zal allen tot Mij trekken.
33Dit zei Hij om aan te duiden welke dood Hij sterven zou.
De menigte antwoordde Hem: Wij hebben uit de wet gehoord dat de Christus voor eeuwig blijft; hoe zegt U dan dat de Zoon des mensen verhoogd moet worden? Wie is deze Zoon des mensen?
Jezus dan zei tot hen: Nog een korte tijd is het licht bij u. Wandel terwijl u het licht hebt, opdat de duisternis u niet overvalt; want wie in de duisternis wandelt, weet niet waar hij heengaat.
36Geloof in het licht zolang u het licht hebt, opdat u kinderen van het licht moogt worden. Dit sprak Jezus, en Hij vertrok en verborg Zich voor hen.
37Maar hoewel Hij zovele tekenen voor hen gedaan had, geloofden zij toch niet in Hem;
38Opdat het woord van de profeet Jesaja vervuld zou worden, dat hij sprak: Heer, wie heeft onze prediking geloofd? en aan wie is de arm van de Heer geopenbaard?
39Daarom konden zij niet geloven, omdat Jesaja ook gezegd had: