Johannes 12:44
“Jezus riep en zei: Wie in Mij gelooft, gelooft niet in Mij, maar in Hem die Mij gezonden heeft.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 12 — omringende verzen
Daarom konden zij niet geloven, omdat Jesaja ook gezegd had:
40Hij heeft hun ogen verblind en hun hart verhard, opdat zij niet zouden zien met hun ogen, noch begrijpen met hun hart, en zich bekeren, en Ik hen zou genezen.
41Dit zei Jesaja, toen hij Zijn heerlijkheid zag en van Hem sprak.
42Nochtans geloofden ook velen van de oversten in Hem; maar vanwege de Farizeeën beleden zij het niet, opdat zij niet uit de synagoge geworpen zouden worden;
43Want zij hadden de eer van mensen lief meer dan de eer van God.
Jezus riep en zei: Wie in Mij gelooft, gelooft niet in Mij, maar in Hem die Mij gezonden heeft.
En wie Mij ziet, ziet Hem die Mij gezonden heeft.
46Ik ben als een Licht in de wereld gekomen, opdat een ieder die in Mij gelooft, niet in de duisternis blijft.
47En als iemand Mijn woorden hoort en niet gelooft, oordeel Ik hem niet; want Ik ben niet gekomen om de wereld te oordelen, maar om de wereld te behouden.
48Wie Mij verwerpt en Mijn woorden niet aanneemt, heeft één die hem oordeelt: het woord dat Ik gesproken heb, dat zal hem oordelen op de laatste dag.
49Want Ik heb niet uit Mijzelf gesproken; maar de Vader die Mij gezonden heeft, Die heeft Mij een gebod gegeven, wat Ik zeggen en wat Ik spreken zal.