Johannes 13:36
“Simon Petrus zeide tot Hem: Heer, waar gaat U heen? Jezus antwoordde hem: Waar Ik heenga, kunt gij Mij nu niet volgen; maar gij zult Mij later volgen.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 13 — omringende verzen
Toen hij dan naar buiten gegaan was, zeide Jezus: Nu is de Zoon des mensen verheerlijkt, en God is in Hem verheerlijkt.
32Als God in Hem verheerlijkt is, zal God ook Hem in Zichzelf verheerlijken, en Hij zal Hem terstond verheerlijken.
33Kinderkens, nog een korte tijd ben Ik bij u. Gij zult Mij zoeken; en zoals Ik tot de Joden gezegd heb: Waar Ik heenga, kunt gij niet komen, zo zeg Ik het nu ook tot u.
34Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat ook gij elkander liefhebt.
35Hieraan zullen allen weten dat gij Mijn discipelen zijt, indien gij liefde hebt onder elkaar.
Simon Petrus zeide tot Hem: Heer, waar gaat U heen? Jezus antwoordde hem: Waar Ik heenga, kunt gij Mij nu niet volgen; maar gij zult Mij later volgen.
Petrus zeide tot Hem: Heer, waarom kan ik U nu niet volgen? Ik zal mijn leven voor U afleggen.
38Jezus antwoordde hem: Zult gij uw leven voor Mij afleggen? Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: de haan zal niet kraaien, voordat gij Mij driemaal verloochend hebt.