Johannes 13:8
“Petrus zei tot Hem: U zult mijn voeten in eeuwigheid niet wassen. Jezus antwoordde hem: Als Ik u niet was, hebt u geen deel aan Mij.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 13 — omringende verzen
Jezus, Die wist dat de Vader Hem alle dingen in handen gegeven had, en dat Hij van God was uitgegaan en tot God heenging;
4Stond op van de maaltijd, legde Zijn bovenkleed af, en nam een linnen doek en omgordde Zich daarmee.
5Daarna goot Hij water in een bekken en begon de voeten van de discipelen te wassen en af te drogen met de linnen doek waarmee Hij omgord was.
6Toen kwam Hij bij Simon Petrus; en Petrus zei tot Hem: Heer, wast U mijn voeten?
7Jezus antwoordde en zei tot hem: Wat Ik doe, weet u nu niet, maar u zult het hierna verstaan.
Petrus zei tot Hem: U zult mijn voeten in eeuwigheid niet wassen. Jezus antwoordde hem: Als Ik u niet was, hebt u geen deel aan Mij.
Simon Petrus zei tot Hem: Heer, niet alleen mijn voeten, maar ook de handen en het hoofd.
10Jezus zei tot hem: Wie gebaad heeft, heeft alleen nodig zijn voeten te wassen, en is geheel rein; en u bent rein, maar niet allen.
11Want Hij wist wie Hem verraden zou; daarom zei Hij: U bent niet allen rein.
12Nadat Hij dan hun voeten gewassen had en Zijn bovenkleed aangenomen had en Zich weder aangelegd had, zei Hij tot hen: Weet u wat Ik u gedaan heb?
13U noemt Mij Meester en Heer; en u zegt het terecht, want Ik ben het ook.