Johannes 14:18
“Ik zal u niet als wezen achterlaten; Ik zal tot u komen.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 14 — omringende verzen
En wat gij ook in Mijn naam bidden zult, dat zal Ik doen, opdat de Vader verheerlijkt moge worden in de Zoon.
14Als gij iets in Mijn naam zult vragen, Ik zal het doen.
15Als gij Mij liefhebt, bewaar dan Mijn geboden.
16En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijft tot in eeuwigheid;
17namelijk de Geest der waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen, omdat zij Hem niet ziet en ook niet kent; maar gij kent Hem, want Hij woont bij u en zal in u zijn.
Ik zal u niet als wezen achterlaten; Ik zal tot u komen.
Nog een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer; maar gij ziet Mij; want Ik leef en gij zult leven.
20Op die dag zult gij weten dat Ik in Mijn Vader ben, en gij in Mij, en Ik in u.
21Wie Mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal door Mijn Vader geliefd worden, en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren.
22Judas, niet de Iskariot, zeide tot Hem: Heer, hoe komt het dat U Zichzelf aan ons zult openbaren en niet aan de wereld?
23Jezus antwoordde en zeide tot hem: Als iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn woord bewaren; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen tot hem komen en bij hem wonen.