Johannes 14:27
“Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u; niet zoals de wereld geeft, geef Ik u. Laat uw hart niet verontrust worden en laat het ook niet bevreesd zijn.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 14 — omringende verzen
Judas, niet de Iskariot, zeide tot Hem: Heer, hoe komt het dat U Zichzelf aan ons zult openbaren en niet aan de wereld?
23Jezus antwoordde en zeide tot hem: Als iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn woord bewaren; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen tot hem komen en bij hem wonen.
24Wie Mij niet liefheeft, bewaart Mijn woorden niet; en het woord dat gij hoort, is niet van Mij, maar van de Vader die Mij gezonden heeft.
25Dit heb Ik tot u gesproken, terwijl Ik nog bij u was.
26Maar de Trooster, de Heilige Geest, Die de Vader in Mijn naam zenden zal, Die zal u alles leren en u in herinnering brengen alles wat Ik u gezegd heb.
Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u; niet zoals de wereld geeft, geef Ik u. Laat uw hart niet verontrust worden en laat het ook niet bevreesd zijn.
Gij hebt gehoord dat Ik tot u gezegd heb: Ik ga heen en kom weder tot u. Als gij Mij liefhadt, zou gij u verblijden, omdat Ik gezegd heb: Ik ga tot de Vader; want de Vader is groter dan Ik.
29En nu heb Ik het u gezegd voordat het geschiedt, opdat gij, wanneer het geschied is, geloven moogt.
30Hierna zal Ik niet veel meer met u spreken; want de overste van deze wereld komt, en hij heeft niets in Mij.
31Maar opdat de wereld wete dat Ik de Vader liefheb en doe zoals de Vader Mij geboden heeft, sta op, laat ons van hier gaan.