Johannes 17:10
“En al het Mijne is van U, en het Uwe is van Mij; en Ik ben in hen verheerlijkt.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 17 — omringende verzen
En nu, Vader, verheerlijk Mij bij Uzelf met de heerlijkheid die Ik bij U had voordat de wereld was.
6Ik heb Uw naam geopenbaard aan de mensen die U Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij waren van U, en U hebt hen aan Mij gegeven; en zij hebben Uw woord bewaard.
7Nu hebben zij bekend dat alles wat U Mij gegeven hebt, van U is.
8Want Ik heb hun de woorden gegeven die U Mij gegeven hebt; en zij hebben ze aangenomen, en hebben waarlijk erkend dat Ik van U uitgegaan ben, en zij hebben geloofd dat U Mij gezonden hebt.
9Ik bid voor hen; Ik bid niet voor de wereld, maar voor hen die U Mij gegeven hebt, want zij zijn van U.
En al het Mijne is van U, en het Uwe is van Mij; en Ik ben in hen verheerlijkt.
En nu ben Ik niet meer in de wereld, maar dezen zijn in de wereld, en Ik kom tot U. Heilige Vader, bewaar hen door Uw naam, hen die U Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn zoals Wij.
12Toen Ik bij hen was in de wereld, bewaarde Ik hen in Uw naam; hen die U Mij gegeven hebt, heb Ik bewaard, en niemand van hen is verloren gegaan dan de zoon des verderfs, opdat de Schrift vervuld zou worden.
13En nu kom Ik tot U; en deze dingen spreek Ik in de wereld, opdat zij Mijn vreugde ten volle in zichzelf mogen hebben.
14Ik heb hun Uw woord gegeven; en de wereld heeft hen gehaat, omdat zij niet van de wereld zijn, evenals Ik niet van de wereld ben.
15Ik bid niet dat U hen uit de wereld wegneemt, maar dat U hen bewaart van het kwade.