Terug naar Johannes 19
VSV
Statenvertaling

Johannes 19:22

Pilatus antwoordde: Wat ik geschreven heb, heb ik geschreven.

Kruisverwijzingen

Context

Johannes 19 — omringende verzen

17

En Hij droeg Zijn kruis en ging de stad uit naar een plaats die de Schedelplaats wordt genoemd, welke in het Hebreeuws Golgotha heet,

18

waar zij Hem kruisigden, en met Hem twee anderen, aan weerszijden één, en Jezus in het midden.

19

En Pilatus schreef ook een opschrift en zette dat op het kruis. En er stond geschreven: JEZUS DE NAZARENER, DE KONING DER JODEN.

20

Dit opschrift dan lazen vele Joden, want de plaats waar Jezus gekruisigd werd was dicht bij de stad; en het was geschreven in het Hebreeuws, het Grieks en het Latijn.

21

Toen zeiden de overpriesters der Joden tot Pilatus: Schrijf niet: De Koning der Joden; maar dat Hij gezegd heeft: Ik ben de Koning der Joden.

22

Pilatus antwoordde: Wat ik geschreven heb, heb ik geschreven.

23

De soldaten dan, nadat zij Jezus gekruisigd hadden, namen Zijn klederen en maakten er vier delen van, voor elke soldaat een deel; en ook Zijn rok. De rok nu was zonder naad, van boven af aan één stuk geweven.

24

Zij zeiden dan onder elkander: Laten wij hem niet scheuren, maar loten om wiens eigendom hij zal zijn; opdat de Schrift vervuld zou worden, die zegt: Zij hebben Mijn klederen onder zich verdeeld, en om Mijn gewaad hebben zij het lot geworpen. Dit deden dan de soldaten.

25

En bij het kruis van Jezus stonden Zijn moeder, en de zuster van Zijn moeder, Maria de vrouw van Kléopas, en Maria Magdalena.

26

Toen Jezus dan Zijn moeder zag, en de discipel die Hij liefhad, die daarbij stond, zei Hij tot Zijn moeder: Vrouw, zie, uw zoon!

27

Daarna zei Hij tot de discipel: Zie, uw moeder! En van dat uur af nam die discipel haar in zijn eigen huis.