Johannes 20:13
“En zij zeiden tot haar: Vrouw, waarom weent u? Zij zei tot hen: Omdat zij mijn Heer weggenomen hebben, en ik weet niet waar zij Hem neergelegd hebben.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 20 — omringende verzen
Toen ging ook die andere discipel, die als eerste bij het graf was aangekomen, naar binnen; en hij zag het en geloofde.
9Want zij begrepen de Schrift nog niet, dat Hij uit de doden moest opstaan.
10De discipelen dan gingen wederom naar huis.
11Maar Maria stond buiten bij het graf te wenen; en terwijl zij weende, boog zij zich voorover en keek in het graf,
12en zij zag twee engelen in witte klederen zitten, één aan het hoofdeinde en één aan het voeteneinde, waar het lichaam van Jezus gelegen had.
En zij zeiden tot haar: Vrouw, waarom weent u? Zij zei tot hen: Omdat zij mijn Heer weggenomen hebben, en ik weet niet waar zij Hem neergelegd hebben.
En nadat zij dit gezegd had, keerde zij zich om en zag Jezus staan, en wist niet dat het Jezus was.
15Jezus zei tot haar: Vrouw, waarom weent u? Wie zoekt u? Zij, denkende dat het de hovenier was, zei tot Hem: Mijnheer, als u Hem weggedragen hebt, zeg mij dan waar u Hem neergelegd hebt, en ik zal Hem weghalen.
16Jezus zei tot haar: Maria! Zij keerde zich om en zei tot Hem: Rabboní! wat zoveel zegt als: Meester.
17Jezus zei tot haar: Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren naar Mijn Vader; maar ga naar Mijn broeders en zeg hun: Ik vaar op naar Mijn Vader en uw Vader, en naar Mijn God en uw God.
18Maria Magdalena kwam en verkondigde de discipelen dat zij de HEER had gezien, en dat Hij deze dingen tot haar had gesproken.