Johannes 3:16
“Want God had de wereld zo lief, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 3 — omringende verzen
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wij spreken wat Wij weten, en getuigen wat Wij gezien hebben; en u neemt onze getuigenis niet aan.
12Indien Ik u van aardse dingen gesproken heb, en u gelooft niet, hoe zult u geloven indien Ik u van hemelse dingen spreek?
13En niemand is opgevaren naar de hemel, dan Hij die uit de hemel nedergedaald is, namelijk de Zoon des mensen die in de hemel is.
14En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden;
15Opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.
Want God had de wereld zo lief, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.
Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden om de wereld te veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden.
18Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de naam van de eniggeboren Zoon van God.
19En dit is het oordeel: dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht, want hun werken waren boos.
20Want een ieder die kwaad doet, haat het licht en komt niet tot het licht, opdat zijn werken niet bestraft worden.
21Maar wie de waarheid doet, komt tot het licht, opdat zijn werken openbaar worden, dat zij in God gewrocht zijn.