Johannes 4:16
“Jezus zei tegen haar: Ga heen, roep uw man, en kom hier.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 4 — omringende verzen
De vrouw zei tegen Hem: Heer, U hebt niets om mee te putten, en de put is diep; vanwaar hebt U dan dat levende water?
12Bent U soms groter dan onze vader Jakob, die ons de put gegeven heeft, en er zelf uit gedronken heeft, evenals zijn kinderen en zijn vee?
13Jezus antwoordde en zei tegen haar: Ieder die van dit water drinkt, zal weer dorst krijgen;
14Maar wie drinkt van het water dat Ik hem geven zal, zal in eeuwigheid geen dorst meer krijgen; maar het water dat Ik hem geven zal, zal in hem een bron worden van water dat opwelt tot het eeuwige leven.
15De vrouw zei tegen Hem: Heer, geef mij dat water, zodat ik geen dorst meer krijg en niet meer hierheen hoef te komen om te putten.
Jezus zei tegen haar: Ga heen, roep uw man, en kom hier.
De vrouw antwoordde en zei: Ik heb geen man. Jezus zei tegen haar: U hebt terecht gezegd: Ik heb geen man;
18Want u hebt vijf mannen gehad, en die u nu hebt, is uw man niet; daarin hebt u de waarheid gesproken.
19De vrouw zei tegen Hem: Heer, ik zie dat U een profeet bent.
20Onze vaderen hebben op deze berg aanbeden, en u zegt dat in Jeruzalem de plaats is waar men moet aanbidden.
21Jezus zei tegen haar: Vrouw, geloof Mij, het uur komt dat u noch op deze berg, noch in Jeruzalem de Vader zult aanbidden.