Johannes 4:47
“Toen hij hoorde dat Jezus uit Judea naar Galilea was gekomen, ging hij naar Hem toe en vroeg Hem te komen en zijn zoon te genezen; want hij lag op sterven.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 4 — omringende verzen
En zij zeiden tegen de vrouw: Wij geloven niet meer alleen om uw zeggen; want wij hebben Hem zelf gehoord, en wij weten dat Deze waarlijk de Christus is, de Heiland der wereld.
43Na die twee dagen vertrok Hij vandaar en ging naar Galilea.
44Want Jezus Zelf getuigde dat een profeet in zijn eigen land geen eer heeft.
45Toen Hij dan in Galilea gekomen was, ontvingen de Galileërs Hem, nadat zij alles gezien hadden wat Hij te Jeruzalem op het feest gedaan had; want ook zij waren naar het feest gegaan.
46Zo kwam Jezus opnieuw te Kana in Galilea, waar Hij het water tot wijn gemaakt had. En er was een zeker hoveling, wiens zoon ziek was te Kapernaüm.
Toen hij hoorde dat Jezus uit Judea naar Galilea was gekomen, ging hij naar Hem toe en vroeg Hem te komen en zijn zoon te genezen; want hij lag op sterven.
Toen zei Jezus tegen hem: Als u geen tekenen en wonderen ziet, zult u niet geloven.
49De hoveling zei tegen Hem: Heer, kom af, eer mijn kind sterft.
50Jezus zei tegen hem: Ga heen, uw zoon leeft. En de man geloofde het woord dat Jezus tot hem gesproken had, en hij ging zijn weg.
51En terwijl hij al naar beneden ging, kwamen zijn dienstknechten hem tegemoet en berichtten hem, zeggende: Uw zoon leeft.
52Toen vroeg hij hun op welk uur hij beter geworden was. En zij zeiden tegen hem: Gisteren op het zevende uur verliet de koorts hem.