Johannes 6:11
“En Jezus nam de broden; en nadat Hij gedankt had, deelde Hij ze uit aan de discipelen, en de discipelen aan hen die zaten; evenzo van de vissen, zoveel als zij wensten.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 6 — omringende verzen
En dit zei Hij om hem op de proef te stellen; want Hij Zelf wist wat Hij doen zou.
7Filippus antwoordde Hem: Voor tweehonderd penningen is niet genoeg brood voor hen, opdat ieder van hen een weinig zou nemen.
8Een van Zijn discipelen, Andreas, de broer van Simon Petrus, zei tot Hem:
9Hier is een jongen die vijf gerstebroden heeft en twee kleine vissen; maar wat zijn die voor zo velen?
10En Jezus zei: Laat de mensen gaan zitten. Nu was er veel gras op die plaats. De mannen gingen dan zitten, in getal ongeveer vijfduizend.
En Jezus nam de broden; en nadat Hij gedankt had, deelde Hij ze uit aan de discipelen, en de discipelen aan hen die zaten; evenzo van de vissen, zoveel als zij wensten.
Toen zij verzadigd waren, zei Hij tot Zijn discipelen: Verzamelt de overgebleven stukken, opdat er niets verloren gaat.
13Zij verzamelden ze dan en vulden twaalf manden met stukken van de vijf gerstebroden, die overbleven voor hen die gegeten hadden.
14Toen nu die mannen het wonder zagen dat Jezus gedaan had, zeiden zij: Deze is waarlijk de profeet die in de wereld komen zou.
15Toen Jezus dan merkte dat zij zouden komen om Hem met geweld mee te nemen om Hem koning te maken, trok Hij Zich wederom op de berg terug, Hij alleen.
16En toen het avond werd, gingen Zijn discipelen af naar de zee,