Johannes 6:65
“En Hij zeide: Daarom heb Ik u gezegd, dat niemand tot Mij kan komen, tenzij het hem van Mijn Vader gegeven zij.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 6 — omringende verzen
Velen dan van Zijn discipelen, die dit hoorden, zeiden: Deze rede is hard; wie kan haar horen?
61Maar Jezus, in Zichzelf wetende dat Zijn discipelen hierover morden, zeide tot hen: Ergert u dit?
62Wat dan, indien gij de Zoon des mensen ziet opstijgen waar Hij tevoren was?
63De Geest is het Die levend maakt; het vlees is van geen nut; de woorden die Ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven.
64Maar er zijn sommigen onder u die niet geloven. Want Jezus wist van het begin af wie zij waren die niet geloofden, en wie hem verraden zou.
En Hij zeide: Daarom heb Ik u gezegd, dat niemand tot Mij kan komen, tenzij het hem van Mijn Vader gegeven zij.
Van toen af gingen velen van Zijn discipelen terug en wandelden niet meer met Hem.
67Jezus dan zeide tot de twaalven: Wilt gij ook weggaan?
68Simon Petrus dan antwoordde Hem: Heer, tot wie zouden wij heengaan? U hebt woorden van eeuwig leven.
69En wij hebben geloofd en erkend, dat U de Christus bent, de Zoon van de levende God.
70Jezus antwoordde hun: Heb Ik u niet de twaalven uitgekozen, en één van u is een duivel?