Johannes 7:35
“De Joden zeiden dan onder elkaar: Waar zal Hij heengaan dat wij Hem niet vinden? Zal Hij heengaan naar de verstrooiden onder de heidenen en de heidenen onderwijzen?”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 7 — omringende verzen
Zij trachtten Hem dan te grijpen, maar niemand sloeg de hand aan Hem, want Zijn uur was nog niet gekomen.
31En velen van de menigte geloofden in Hem en zeiden: Wanneer de Christus komt, zal Hij meer tekenen doen dan deze Man gedaan heeft?
32De Farizeeën hoorden dat de menigte zulke dingen over Hem mompelde, en de Farizeeën en de overpriesters zonden dienaars om Hem te grijpen.
33Jezus zei dan tot hen: Nog een korte tijd ben Ik bij u, en dan ga Ik heen tot Hem die Mij gezonden heeft.
34Gij zult Mij zoeken en niet vinden, en waar Ik ben, kunt gij niet komen.
De Joden zeiden dan onder elkaar: Waar zal Hij heengaan dat wij Hem niet vinden? Zal Hij heengaan naar de verstrooiden onder de heidenen en de heidenen onderwijzen?
Wat is dit voor een uitspraak die Hij gedaan heeft: Gij zult Mij zoeken en niet vinden, en waar Ik ben, kunt gij niet komen?
37Op de laatste dag, de grote dag van het feest, stond Jezus op en riep: Als iemand dorst heeft, laat hem tot Mij komen en drinken.
38Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift gezegd heeft, uit zijn binnenste zullen stromen van levend water vloeien.
39(Dit echter zei Hij van de Geest, die zij zouden ontvangen die in Hem geloven; want de Heilige Geest was nog niet gegeven, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was.)
40Velen uit de menigte dan, toen zij dit woord hoorden, zeiden: In waarheid is Deze de Profeet.