Johannes 8:14
“Jezus antwoordde en zei tot hen: Al getuig Ik van Mijzelf, toch is Mijn getuigenis waar; want Ik weet waar Ik vandaan gekomen ben en waar Ik heen ga; maar gij weet niet waar Ik vandaan kom en waar Ik heen ga.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 8 — omringende verzen
En zij die het hoorden, door hun eigen geweten overtuigd, gingen één voor één weg, te beginnen bij de oudsten tot de laatste; en Jezus bleef alleen achter met de vrouw die in het midden stond.
10Toen Jezus Zich oprichte en niemand zag dan de vrouw, zei Hij tot haar: Vrouw, waar zijn uw aanklagers? Heeft niemand u veroordeeld?
11Zij zei: Niemand, Heer. En Jezus zei tot haar: Ook Ik veroordeel u niet; ga heen en zondig niet meer.
12Jezus sprak wederom tot hen en zei: Ik ben het licht der wereld; wie Mij volgt, zal niet in de duisternis wandelen, maar zal het licht des levens hebben.
13De Farizeeën zeiden dan tot Hem: U getuigt van Uzelf; Uw getuigenis is niet waar.
Jezus antwoordde en zei tot hen: Al getuig Ik van Mijzelf, toch is Mijn getuigenis waar; want Ik weet waar Ik vandaan gekomen ben en waar Ik heen ga; maar gij weet niet waar Ik vandaan kom en waar Ik heen ga.
Gij oordeelt naar het vlees; Ik oordeel niemand.
16En toch, als Ik oordeel, is Mijn oordeel waar; want Ik ben niet alleen, maar Ik en de Vader die Mij gezonden heeft.
17Er staat ook in uw wet geschreven dat het getuigenis van twee mensen waar is.
18Ik ben het die van Mijzelf getuig, en de Vader die Mij gezonden heeft getuigt van Mij.
19Zij zeiden dan tot Hem: Waar is Uw Vader? Jezus antwoordde: Gij kent Mij niet en ook Mijn Vader niet; als gij Mij gekend hadt, zoudt gij ook Mijn Vader kennen.