Johannes 8:46
“Wie van u overtuigt Mij van zonde? En als Ik de waarheid zeg, waarom gelooft u Mij dan niet?”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 8 — omringende verzen
U doet de werken van uw vader. Toen zeiden zij tot Hem: Wij zijn niet uit hoererij geboren; wij hebben één Vader, namelijk God.
42Jezus zei tot hen: Als God uw Vader was, zou u Mij liefhebben; want Ik ben van God uitgegaan en gekomen; want Ik ben ook niet uit Mijzelf gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden.
43Waarom begrijpt u mijn taal niet? Omdat u mijn woord niet kunt horen.
44U bent uit uw vader de duivel, en u wilt de begeerten van uw vader doen. Hij was een mensenmoordenaar van het begin af, en hij heeft in de waarheid niet gestaan, want er is geen waarheid in hem. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij uit het zijne; want hij is een leugenaar en de vader ervan.
45En omdat Ik u de waarheid zeg, gelooft u Mij niet.
Wie van u overtuigt Mij van zonde? En als Ik de waarheid zeg, waarom gelooft u Mij dan niet?
Wie uit God is, hoort de woorden van God; daarom hoort u ze niet, omdat u niet uit God bent.
48Toen antwoordden de Joden en zeiden tot Hem: Zeggen wij niet terecht dat U een Samaritaan bent en een duivel hebt?
49Jezus antwoordde: Ik heb geen duivel; maar Ik eer mijn Vader, en u onteert Mij.
50En Ik zoek mijn eigen eer niet; er is Één die zoekt en oordeelt.
51Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als iemand mijn woord bewaart, zal hij de dood in eeuwigheid niet zien.