Terug naar Jozua 10
VSV
Statenvertaling

Jozua 10:15

En Jozua keerde terug, en heel Israël met hem, naar het kamp bij Gilgal.

Kruisverwijzingen

Context

Jozua 10 — omringende verzen

10

En de HEER bracht hen in verwarring voor Israël, en sloeg hen met een grote slag bij Gibeon en achtervolgde hen langs de weg die oploopt naar Beth-Horon, en sloeg hen tot Azeka en tot Makkeda toe.

11

En het geschiedde, terwijl zij vluchtten voor Israël en zich op de afdaling van Beth-Horon bevonden, dat de HEER grote stenen vanuit de hemel op hen wierp tot Azeka toe, en zij stierven; er waren er meer die stierven door de hagelstenen dan die de kinderen Israëls met het zwaard doodden.

12

Toen sprak Jozua tot de HEER op de dag dat de HEER de Amorieten overgaf voor de kinderen Israëls, en hij zeide in het bijzijn van Israël: Zon, sta stil boven Gibeon; en gij, Maan, boven het dal van Ajalon.

13

En de zon stond stil en de maan bleef staan, totdat het volk zich gewroken had op zijn vijanden. Is dit niet geschreven in het boek van Jasher? Zo stond de zon stil in het midden des hemels en haastte niet onder te gaan, omtrent een gehele dag.

14

En er was geen dag als die, voor noch na dien, dat de HEER luisterde naar de stem van een mens; want de HEER streed voor Israël.

15

En Jozua keerde terug, en heel Israël met hem, naar het kamp bij Gilgal.

16

Maar deze vijf koningen vluchtten en verborgen zich in een grot bij Makkeda.

17

En het werd Jozua boodgeschap, zeggende: De vijf koningen zijn gevonden, verborgen in een grot bij Makkeda.

18

En Jozua zeide: Rolt grote stenen voor de ingang van de grot en stelt mannen daarbij om hen te bewaken.

19

Maar blijft niet staan; vervolgt uw vijanden en slaat hen in de achterhoede; laat hen niet in hun steden komen, want de HEER, uw God, heeft hen in uw hand gegeven.

20

En het geschiedde, toen Jozua en de kinderen Israëls opgehouden hadden hen met een zeer grote slag te verslaan, totdat zij vernietigd waren, en de overgebleven rest in de versterkte steden gevlucht was,