Jozua 11:22
“Er waren geen Enakieten meer overgebleven in het land van de kinderen Israëls; alleen in Gaza, in Gath en in Asdod bleven er over.”
Kruisverwijzingen
Context
Jozua 11 — omringende verzen
Van de berg Halak die naar Seïr oprijst, tot aan Baäl-Gad in het dal van de Libanon, onder de berg Hermon; en al hun koningen nam hij in, sloeg hij en doodde hij.
18Jozua voerde een lange tijd oorlog tegen al die koningen.
19Er was geen stad die vrede sloot met de kinderen Israëls, behalve de Hevieten, de inwoners van Gibeon; allen anderen namen zij in den strijd.
20Want het was van de HEER om hun harten te verharden, zodat zij Israël in de strijd tegenkwamen, opdat hij hen volkomen zou kunnen vernielen, en opdat zij geen genade zouden vinden, maar opdat hij hen zou vernielen, gelijk de HEER Mozes geboden had.
21En te dier tijd kwam Jozua en roeide de Enakieten uit van de bergen, van Hebron, van Debir, van Anab, en van alle bergen van Juda, en van alle bergen van Israël; Jozua vernietigde hen volkomen met hun steden.
Er waren geen Enakieten meer overgebleven in het land van de kinderen Israëls; alleen in Gaza, in Gath en in Asdod bleven er over.
Zo nam Jozua het gehele land in, overeenkomstig alles wat de HEER tot Mozes gesproken had; en Jozua gaf het aan Israël tot een erfenis, naar hun verdeling, naar hun stammen. En het land rustte van de oorlog.