Jozua 12:10
“De koning van Jeruzalem, één; de koning van Hebron, één;”
Kruisverwijzingen
Context
Jozua 12 — omringende verzen
En regeerde op de berg Hermon en in Salcha en in geheel Basan, tot aan de grens der Gesurieten en der Maächathieten, en de helft van Gilead, de grens van Sihon, de koning van Hesbon.
6Dezen versloegen Mozes, de knecht des HEREN, en de kinderen Israëls; en Mozes, de knecht des HEREN, gaf het tot een bezitting aan de Rubenieten, en de Gadieten, en de halve stam van Manasse.
7En dit zijn de koningen van het land die Jozua en de kinderen Israëls versloegen aan deze zijde van de Jordaan, naar het westen, van Baäl-Gad in het dal van de Libanon tot aan de berg Halak, die naar Seïr oprijst; welke Jozua aan de stammen Israëls tot een bezitting gaf naar hun verdelingen;
8In het bergland en in de dalen en in de vlakten en aan de waterbronnen en in de woestijn en in het zuidland; de Hethieten, de Amorieten en de Kanaänieten, de Ferezieten, de Hevieten en de Jebusieten;
9De koning van Jericho, één; de koning van Ai, die bij Bethel ligt, één;
De koning van Jeruzalem, één; de koning van Hebron, één;
De koning van Jarmuth, één; de koning van Lachis, één;
12De koning van Eglon, één; de koning van Gezer, één;
13De koning van Debir, één; de koning van Geder, één;
14De koning van Horma, één; de koning van Arad, één;
15De koning van Libna, één; de koning van Adullam, één;