Jozua 16:10
“En zij verdreven de Kanaänieten niet die in Gezer woonden; maar de Kanaänieten wonen tot op deze dag onder de Efraimieten, en dienen onder schatting.”
Kruisverwijzingen
Context
Jozua 16 — omringende verzen
En de grens van de kinderen van Efraïm naar hun geslachten was aldus: de grens van hun erfenis aan de oostzijde was Atroth-Addar, tot Beth-Horon boven;
6En de grens liep uit naar de zee naar Michmetath aan de noordzijde; en de grens maakte een omweg oostwaarts naar Taänath-Silo, en ging daarbij langs aan de oostzijde naar Janoah;
7En het liep af van Janoha naar Ataroth en naar Naärath, en kwam bij Jericho, en ging uit bij de Jordaan.
8De grens liep westwaarts van Tappuah naar de rivier de Kana; en de uitgangen daarvan waren aan de zee. Dit is de erfenis van de stam der kinderen van Efraïm, naar hun geslachten.
9En de afzonderlijke steden voor de kinderen van Efraïm lagen temidden van de erfenis der kinderen van Manasse, al de steden met hun dorpen.
En zij verdreven de Kanaänieten niet die in Gezer woonden; maar de Kanaänieten wonen tot op deze dag onder de Efraimieten, en dienen onder schatting.