Terug naar Jozua 2
VSV
Statenvertaling

Jozua 2:18

Zie, wanneer wij in het land komen, zult u dit koord van scharlaken draad binden aan het venster waardoor u ons hebt neergelaten; en uw vader, uw moeder, uw broeders en het gehele huisgezin van uw vader zult u bij u thuis bijeenbrengen.

Kruisverwijzingen

Context

Jozua 2 — omringende verzen

13

dat u mijn vader en mijn moeder, mijn broeders en mijn zusters en alles wat zij hebben, in leven zult laten, en ons leven van de dood zult redden.

14

En de mannen antwoordden haar: Ons leven staat borg voor het uwe, als u dit ons voornemen niet bekend maakt. En het zal geschieden, wanneer de HEER ons het land gegeven heeft, dat wij vriendelijk en trouw met u zullen handelen.

15

Toen liet zij hen neer door een touw langs het venster; want haar huis was aan de stadsmuur, en zij woonde op de muur.

16

En zij zeide tot hen: Ga naar het gebergte, opdat de achtervolgenden u niet ontmoeten; verberg u daar drie dagen, totdat de achtervolgenden teruggekeerd zijn; daarna kunt u uw weg gaan.

17

En de mannen zeiden tot haar: Wij zullen vrij zijn van deze eed die u ons hebt laten zweren.

18

Zie, wanneer wij in het land komen, zult u dit koord van scharlaken draad binden aan het venster waardoor u ons hebt neergelaten; en uw vader, uw moeder, uw broeders en het gehele huisgezin van uw vader zult u bij u thuis bijeenbrengen.

19

En het zal geschieden, dat ieder die de deuren van uw huis naar buiten gaat op straat, zijn bloed op zijn eigen hoofd zal zijn, en wij zullen vrij zijn; maar ieder die bij u in huis is, zijn bloed zal op ons hoofd zijn, indien er een hand aan hem geslagen wordt.

20

En als u dit ons voornemen bekend maakt, dan zullen wij vrij zijn van de eed die u ons hebt laten zweren.

21

En zij zeide: Het zij naar uw woorden. Zij zond hen weg en zij vertrokken; en zij bond het scharlaken koord aan het venster.

22

En zij gingen en kwamen naar het gebergte, en bleven daar drie dagen, totdat de achtervolgenden teruggekeerd waren; en de achtervolgenden hadden hen langs de gehele weg gezocht, maar niet gevonden.

23

Zo keerden de twee mannen terug, daalden af van het gebergte, trokken over en kwamen bij Jozua, de zoon van Nun, en vertelden hem alles wat hun overkomen was;