Jozua 21:18
“Anatot met haar weidegronden, en Almon met haar weidegronden; vier steden.”
Kruisverwijzingen
Context
Jozua 21 — omringende verzen
Zo gaven zij aan de kinderen van Aäron, de priester, Hebron met haar weidegronden, als een vrijstad voor de doodslager; en Libna met haar weidegronden,
14En Jattir met haar weidegronden, en Estemoa met haar weidegronden,
15En Holon met haar weidegronden, en Debir met haar weidegronden,
16En Ain met haar weidegronden, en Jutta met haar weidegronden, en Bet-Semes met haar weidegronden; negen steden uit die twee stammen.
17En uit de stam Benjamin, Gibeon met haar weidegronden, Geba met haar weidegronden,
Anatot met haar weidegronden, en Almon met haar weidegronden; vier steden.
Al de steden van de kinderen van Aäron, de priesters, waren dertien steden met haar weidegronden.
20En de families van de kinderen van Kehat, de Levieten die overgebleven waren van de kinderen van Kehat, ontvingen de steden van hun lot uit de stam Efraïm.
21Want zij gaven hun Sichem met haar weidegronden op het gebergte van Efraïm, als een vrijstad voor de doodslager; en Gezer met haar weidegronden,
22En Kibzaïm met haar weidegronden, en Bet-Horon met haar weidegronden; vier steden.
23En uit de stam Dan, Elteké met haar weidegronden, Gibbeton met haar weidegronden,