Jozua 21:38
“En uit de stam Gad, Ramot in Gilead met haar weidegronden, als een vrijstad voor de doodslager; en Mahanaïm met haar weidegronden,”
Kruisverwijzingen
Context
Jozua 21 — omringende verzen
Al de steden van de Gersonieten naar hun families waren dertien steden met haar weidegronden.
34En aan de families van de kinderen van Merari, de overige Levieten, gaven zij uit de stam Zebulon: Jokneam met haar weidegronden, en Karta met haar weidegronden,
35Dimna met haar weidegronden, Nahalal met haar weidegronden; vier steden.
36En uit de stam Ruben, Bezer met haar weidegronden, en Jahaza met haar weidegronden,
37Kedemot met haar weidegronden, en Mefaät met haar weidegronden; vier steden.
En uit de stam Gad, Ramot in Gilead met haar weidegronden, als een vrijstad voor de doodslager; en Mahanaïm met haar weidegronden,
Hesbon met haar weidegronden, Jazer met haar weidegronden; vier steden in totaal.
40Zo waren al de steden voor de kinderen van Merari naar hun families, die overgebleven waren van de families der Levieten, naar hun lot twaalf steden.
41Al de steden der Levieten binnen de bezitting van de kinderen van Israël waren achtenveertig steden met haar weidegronden.
42Al deze steden hadden elk haar weidegronden rondom: zo waren al deze steden.
43En de HEER gaf aan Israël het gehele land dat Hij gezworen had hun vaderen te geven; en zij namen het in bezit en woonden daarin.