Terug naar Jozua 21
VSV
Statenvertaling

Jozua 21:5

En de overige kinderen van Kohath kregen door het lot uit de families van de stam van Efraïm, en uit de stam van Dan, en uit de halve stam van Manasse, tien steden.

Kruisverwijzingen

Context

Jozua 21 — omringende verzen

1

Toen naderden de hoofden der vaderen van de Levieten tot Eleazar de priester, en tot Jozua de zoon van Nun, en tot de hoofden der vaderen van de stammen der kinderen van Israël;

2

En zij spraken tot hen te Silo in het land Kanaän, zeggende: De HEER heeft door de hand van Mozes geboden ons steden te geven om in te wonen, met haar voorsteden voor ons vee.

3

En de kinderen van Israël gaven aan de Levieten uit hun erfdeel, op het gebod van de HEER, deze steden met haar voorsteden.

4

En het lot viel voor de families der Kohathieten; en de kinderen van Aäron de priester, die van de Levieten waren, kregen door het lot uit de stam van Juda, en uit de stam van Simeon, en uit de stam van Benjamin, dertien steden.

5

En de overige kinderen van Kohath kregen door het lot uit de families van de stam van Efraïm, en uit de stam van Dan, en uit de halve stam van Manasse, tien steden.

6

En de kinderen van Gerson kregen door het lot uit de families van de stam van Issaschar, en uit de stam van Aser, en uit de stam van Nafthali, en uit de halve stam van Manasse in Basan, dertien steden.

7

De kinderen van Merari naar hun families kregen uit de stam van Ruben, en uit de stam van Gad, en uit de stam van Zebulon, twaalf steden.

8

En de kinderen van Israël gaven door het lot aan de Levieten deze steden met haar voorsteden, zoals de HEER geboden had door de hand van Mozes.

9

En zij gaven uit de stam der kinderen van Juda, en uit de stam der kinderen van Simeon, deze steden die hier bij name vermeld worden.

10

Welke de kinderen van Aäron, zijnde van de families der Kohathieten, die van de kinderen van Levi waren, hadden; want het eerste lot was voor hen.