Jozua 4:1
“En het geschiedde, toen het gehele volk geheel en al over de Jordaan getrokken was, dat de HEER tot Jozua sprak en zei:”
Kruisverwijzingen
Context
Jozua 4 — omringende verzen
En het geschiedde, toen het gehele volk geheel en al over de Jordaan getrokken was, dat de HEER tot Jozua sprak en zei:
Neem twaalf mannen uit het volk, uit elke stam één man,
3En gebied hun, zeggende: Neem van hier, uit het midden van de Jordaan, uit de plaats waar de voeten der priesters vast stonden, twaalf stenen, en draag ze met u mee, en leg ze neer op de legerplaats waar gij deze nacht zult overnachten.
4Toen riep Jozua de twaalf mannen, die hij had aangesteld uit de kinderen Israëls, uit elke stam één man:
5En Jozua zeide tot hen: Gaat vóór de ark van de HEER, uw God, het midden van de Jordaan in, en heft, een ieder van u, een steen op zijn schouder, naar het getal der stammen der kinderen Israëls:
6Opdat dit een teken onder u zij; wanneer uw kinderen hun vaders in de toekomst vragen: Wat betekenen u deze stenen?