Jozua 4:20
“En die twaalf stenen, welke zij uit de Jordaan genomen hadden, richtte Jozua op in Gilgal.”
Kruisverwijzingen
Context
Jozua 4 — omringende verzen
En de HEER sprak tot Jozua, zeggende:
16Gebied de priesters, die de ark der getuigenis dragen, dat zij uit de Jordaan opkomen.
17Jozua gebood dan de priesters, zeggende: Komt op uit de Jordaan.
18En het geschiedde, toen de priesters die de ark van het verbond van de HEER droegen, uit het midden van de Jordaan opgekomen waren, en de zolen der voeten der priesters op het droge land getrokken waren, dat de wateren van de Jordaan terugkeerden naar hun plaats, en over al haar oevers vloeiden, zoals tevoren.
19En het volk klom op uit de Jordaan op de tiende dag van de eerste maand, en legerde zich in Gilgal, aan de oostgrens van Jericho.
En die twaalf stenen, welke zij uit de Jordaan genomen hadden, richtte Jozua op in Gilgal.
En hij sprak tot de kinderen Israëls, zeggende: Wanneer uw kinderen hun vaders in de toekomst vragen: Wat betekenen deze stenen?
22Dan zult gij uw kinderen laten weten, zeggende: Israël is over deze Jordaan gegaan op het droge.
23Want de HEER, uw God, heeft de wateren van de Jordaan voor u doen opdrogen, totdat gij overgetrokken waart, gelijk de HEER, uw God, deed met de Rode Zee, welke Hij voor ons deed opdrogen, totdat wij overgetrokken waren:
24Opdat alle volken der aarde de hand van de HEER zouden kennen, dat zij machtig is; opdat gij de HEER, uw God, altijd zou vrezen.