Terug naar Jozua 6
VSV
Statenvertaling

Jozua 6:5

En het zal geschieden, wanneer men een lange stoot blaast op de ramshoorn, en wanneer gij het geluid der bazuin hoort, dat al het volk met een groot gejuich zal juichen; en de muur der stad zal recht neervallen, en het volk zal opgaan, een ieder recht voor zich uit.

Kruisverwijzingen

Context

Jozua 6 — omringende verzen

1

Jericho was nu stevig gesloten vanwege de kinderen Israëls: niemand ging uit en niemand kwam in.

2

En de HEER zeide tot Jozua: Zie, Ik heb Jericho met zijn koning en zijn dappere krijgslieden in uw hand gegeven.

3

En gij zult de stad omtrekken, gij allen met de krijgslieden, en één maal rondom de stad trekken. Zo zult gij zes dagen doen.

4

En zeven priesters zullen zeven ramshoorns voor de ark dragen; en op de zevende dag zult gij de stad zeven maal omtrekken, en de priesters zullen op de trompetten blazen.

5

En het zal geschieden, wanneer men een lange stoot blaast op de ramshoorn, en wanneer gij het geluid der bazuin hoort, dat al het volk met een groot gejuich zal juichen; en de muur der stad zal recht neervallen, en het volk zal opgaan, een ieder recht voor zich uit.

6

En Jozua, de zoon van Nun, riep de priesters, en zeide tot hen: Neemt de ark van het verbond op, en laat zeven priesters zeven ramshoorns voor de ark van de HEER dragen.

7

En hij zeide tot het volk: Trekt op en omtrekt de stad, en laat de gewapende man voor de ark van de HEER uittrekken.

8

En het geschiedde, toen Jozua tot het volk gesproken had, dat de zeven priesters die de zeven ramshoorns droegen, voor de HEER uittrokken en op de trompetten bliezen; en de ark van het verbond van de HEER volgde hen.

9

En de gewapende mannen gingen voor de priesters uit die op de trompetten bliezen, en de achterhoede volgde de ark, terwijl de priesters voortgingen en op de trompetten bliezen.

10

En Jozua had het volk geboden, zeggende: Gij zult niet juichen, noch uw stem verheffen, noch een woord uit uw mond laten gaan, tot op de dag dat ik u zeg: Juicht! Dan zult gij juichen.