Terug naar Klaagliederen 4
VSV
Statenvertaling

Klaagliederen 4:17

Wat ons betreft, onze ogen zijn bezweken in het uitzien naar onze ijdele hulp; in ons wachten hebben wij uitgezien naar een volk dat ons niet kon redden.

Kruisverwijzingen

Context

Klaagliederen 4 — omringende verzen

12

De koningen der aarde en alle bewoners der wereld zouden niet hebben geloofd dat de tegenstander en de vijand de poorten van Jeruzalem zouden binnentrekken.

13

Om de zonden van haar profeten en de ongerechtigheden van haar priesters, die het bloed van de rechtvaardigen in haar midden hebben vergoten,

14

Zij hebben rondgedwaald als blinden op de straten, zij hebben zichzelf met bloed besmet, zodat niemand hun kleding kon aanraken.

15

Zij riepen hun toe: Wijkt af, het is onrein; wijkt af, wijkt af, raakt het niet aan! Toen zij vluchtten en rondzwierven, zeiden de heidenen: Zij zullen hier niet langer verblijven.

16

De toorn van de HEER heeft hen verstrooid; Hij zal niet meer naar hen omzien: zij sloegen geen acht op de priesters, zij betoonden de oudsten geen eerbied.

17

Wat ons betreft, onze ogen zijn bezweken in het uitzien naar onze ijdele hulp; in ons wachten hebben wij uitgezien naar een volk dat ons niet kon redden.

18

Zij belagen onze stappen, zodat wij niet door onze straten kunnen gaan; ons einde is nabij, onze dagen zijn vervuld, want ons einde is gekomen.

19

Onze vervolgers zijn sneller dan de arenden des hemels; zij achtervolgden ons op de bergen, zij lagen ons op in de woestijn.

20

De adem onzer neusgaten, de gezalfde des HEREN, is gevangen in hun kuilen; van hem hadden wij gezegd: Onder zijn schaduw zullen wij leven onder de heidenen.

21

Verheug u en wees blijde, o dochter van Edom, die woont in het land Uz; ook de beker zal u worden aangereikt: gij zult dronken worden en uzelf ontbloten.

22

Uw ongerechtigheid is gestraft, o dochter van Sion; Hij zal u niet meer in ballingschap voeren. Uw ongerechtigheid zal Hij bezoeken, o dochter van Edom; Hij zal uw zonden ontdekken.