Kolossenzen 1:19
“Want het heeft de Vader behaagd dat in Hem al de volheid wonen zou;”
Kruisverwijzingen
Context
Kolossenzen 1 — omringende verzen
In Wie wij de verlossing hebben door Zijn bloed, namelijk de vergeving van zonden;
15Die het beeld is van de onzichtbare God, de Eerstgeborene van heel de schepping;
16Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemel en op de aarde zijn, zichtbare en onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten: alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen;
17En Hij is vóór alle dingen, en alle dingen bestaan door Hem.
18En Hij is het Hoofd van het lichaam, de gemeente; Hij is het Begin, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in alle dingen de voorrang heeft.
Want het heeft de Vader behaagd dat in Hem al de volheid wonen zou;
En dat Hij door Hem, vrede gemaakt hebbende door het bloed van Zijn kruis, alle dingen met Zichzelf verzoenen zou; door Hem, zeg ik, hetzij de dingen op de aarde, hetzij de dingen in de hemel.
21En u, die eertijds vervreemd en vijanden waart in uw gezindheid door de boze werken, heeft Hij nu toch verzoend,
22In het lichaam van Zijn vlees door de dood, om u heilig en onberispelijk en onbeschuldigbaar voor Zijn aangezicht te stellen;
23Indien u maar blijft in het geloof, gegrond en vast, en u niet laat afbrengen van de hoop van het evangelie, dat u gehoord hebt en dat gepredikt is aan elk schepsel dat onder de hemel is; van welk evangelie ik, Paulus, een dienaar ben geworden;
24Die nu blij ben in mijn lijden voor u, en in mijn vlees aanvul wat nog ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus, voor Zijn lichaam, dat de gemeente is;