Leviticus 1:2
“Spreek tot de kinderen Israëls en zeg tot hen: Wanneer iemand onder u een offer aan de HEER brengt, zo zult gij uw offer brengen van het vee, van de runderen en van de schapen.”
Kruisverwijzingen
Context
Leviticus 1 — omringende verzen
En de HEER riep Mozes en sprak tot hem uit de tent der samenkomst, zeggende:
Spreek tot de kinderen Israëls en zeg tot hen: Wanneer iemand onder u een offer aan de HEER brengt, zo zult gij uw offer brengen van het vee, van de runderen en van de schapen.
Indien zijn offer een brandoffer van de runderen is, zo brenge hij een mannelijk dier zonder gebrek; hij zal het vrijwillig offeren aan de deur van de tent der samenkomst voor het aangezicht van de HEER.
4En hij zal zijn hand leggen op het hoofd van het brandoffer, en het zal voor hem aangenaam zijn om verzoening voor hem te doen.
5En hij zal de var slachten voor het aangezicht van de HEER; en de priesters, de zonen van Aäron, zullen het bloed brengen en het bloed rondom sprenkelen op het altaar, dat bij de deur van de tent der samenkomst staat.
6En hij zal het brandoffer villen en het in zijn stukken snijden.
7En de zonen van Aäron, de priester, zullen vuur op het altaar leggen en het hout in orde schikken op het vuur.