Leviticus 11:16
“En de uil, de nachtuil, de koekoek en de valk naar zijn soort,”
Kruisverwijzingen
Context
Leviticus 11 — omringende verzen
Zij zullen u een gruwel zijn; van hun vlees zult gij niet eten, en hun dode lichaam zult gij verafschuwen.
12Al wat geen vinnen noch schubben heeft in de wateren, dat zal u een gruwel zijn.
13En dit zijn degenen die u een gruwel zullen zijn onder het gevogelte; zij mogen niet gegeten worden, zij zijn een gruwel: de arend, de lammergier en de zeearend,
14En de gier en de wouw naar zijn soort;
15Elke raaf naar zijn soort;
En de uil, de nachtuil, de koekoek en de valk naar zijn soort,
En de steenuil, de aalscholver en de grote uil,
18En de zwaan, de pelikaan en de aasgier,
19En de ooievaar, de reiger naar zijn soort, de hop en de vleermuis.
20Al het gevleugelde kruipende gedierte dat op alle vier gaat, zal u een gruwel zijn.
21Maar deze moogt gij eten van alle vliegend kruipend gedierte dat op alle vier gaat, dat poten heeft boven zijn voeten om daarmee op de aarde te springen;