Terug naar Leviticus 13
VSV
Statenvertaling

Leviticus 13:28

En als de blanke plek op zijn plaats blijft en zich niet verspreid heeft in de huid, maar enigszins duister is, dan is het een zwelling van de brandwond; en de priester zal hem rein verklaren, want het is een ontsteking van de brandwond.

Kruisverwijzingen

Context

Leviticus 13 — omringende verzen

23

Maar als de blanke plek op zijn plaats blijft en zich niet verspreid heeft, dan is het een brandende zweer; en de priester zal hem rein verklaren.

24

Of indien er vlees is in de huid waarvan een heet brandwond is, en het levende vlees van de brandwond een witte blanke plek heeft, enigszins roodachtig of wit,

25

Dan zal de priester het bezien; en zie, indien het haar in de blanke plek wit geworden is en het dieper lijkt dan de huid, is het melaatsheid die uit de brandwond is uitgebroken; daarom zal de priester hem onrein verklaren: het is de plaag van melaatsheid.

26

Maar als de priester het beziet en zie, er is geen wit haar in de blanke plek, en het is niet lager dan de andere huid, maar enigszins duister, dan zal de priester hem zeven dagen opsluiten.

27

En de priester zal hem op de zevende dag bezien; en als het zich wijd verspreid heeft in de huid, dan zal de priester hem onrein verklaren: het is de plaag van melaatsheid.

28

En als de blanke plek op zijn plaats blijft en zich niet verspreid heeft in de huid, maar enigszins duister is, dan is het een zwelling van de brandwond; en de priester zal hem rein verklaren, want het is een ontsteking van de brandwond.

29

Wanneer een man of vrouw een plaag heeft op het hoofd of in de baard,

30

Dan zal de priester de plaag bezien; en zie, indien het dieper lijkt dan de huid, en er een geel en dun haar in is, dan zal de priester hem onrein verklaren: het is een droge schurft, ja melaatsheid van het hoofd of de baard.

31

En als de priester de plaag van de schurft beziet en zie, het lijkt niet dieper dan de huid, en er is geen zwart haar in, dan zal de priester hem die de plaag van de schurft heeft zeven dagen opsluiten.

32

En op de zevende dag zal de priester de plaag bezien; en zie, indien de schurft zich niet verspreid heeft en er geen geel haar in is en de schurft niet dieper lijkt dan de huid,

33

Zal hij zich laten scheren, maar de schurft zal hij niet scheren; en de priester zal hem die de schurft heeft nog zeven dagen opsluiten.