Terug naar Leviticus 13
VSV
Statenvertaling

Leviticus 13:34

En op de zevende dag zal de priester de schurft bezien; en zie, indien de schurft zich niet verspreid heeft in de huid en niet dieper lijkt dan de huid, dan zal de priester hem rein verklaren; en hij zal zijn kleren wassen en rein zijn.

Kruisverwijzingen

Context

Leviticus 13 — omringende verzen

29

Wanneer een man of vrouw een plaag heeft op het hoofd of in de baard,

30

Dan zal de priester de plaag bezien; en zie, indien het dieper lijkt dan de huid, en er een geel en dun haar in is, dan zal de priester hem onrein verklaren: het is een droge schurft, ja melaatsheid van het hoofd of de baard.

31

En als de priester de plaag van de schurft beziet en zie, het lijkt niet dieper dan de huid, en er is geen zwart haar in, dan zal de priester hem die de plaag van de schurft heeft zeven dagen opsluiten.

32

En op de zevende dag zal de priester de plaag bezien; en zie, indien de schurft zich niet verspreid heeft en er geen geel haar in is en de schurft niet dieper lijkt dan de huid,

33

Zal hij zich laten scheren, maar de schurft zal hij niet scheren; en de priester zal hem die de schurft heeft nog zeven dagen opsluiten.

34

En op de zevende dag zal de priester de schurft bezien; en zie, indien de schurft zich niet verspreid heeft in de huid en niet dieper lijkt dan de huid, dan zal de priester hem rein verklaren; en hij zal zijn kleren wassen en rein zijn.

35

Maar als de schurft zich na zijn reiniging wijd verspreid heeft in de huid,

36

Dan zal de priester hem bezien; en zie, indien de schurft zich verspreid heeft in de huid, zal de priester niet naar geel haar zoeken; hij is onrein.

37

Maar als de schurft naar zijn oordeel stilgestaan heeft en er zwart haar in gegroeid is, dan is de schurft genezen; hij is rein; en de priester zal hem rein verklaren.

38

Indien ook een man of een vrouw in de huid van hun vlees blanke plekken heeft, ja witte blanke plekken,

39

Dan zal de priester het bezien; en zie, indien de blanke plekken in de huid van hun vlees dof wit zijn, is het een sproetachtige uitslag die in de huid groeit; hij is rein.