Leviticus 13:58
“En het kleed, hetzij schering of inslag, of welk voorwerp van vel het ook zij, dat gij wast — indien de plaag daarvan geweken is, dan zal het de tweede maal gewassen worden, en het zal rein zijn.”
Kruisverwijzingen
Context
Leviticus 13 — omringende verzen
En als de priester beziet en zie, de plaag heeft zich niet verspreid in het kleed, noch in de ketting, noch in de inslag, noch in enig ding van huid,
54Dan zal de priester gebieden dat men het voorwerp waarin de plaag is, wast, en hij zal het nog zeven dagen opsluiten.
55En de priester zal de plaag bekijken nadat het gewassen is; en zie, indien de plaag van kleur niet veranderd is, en de plaag zich niet heeft verspreid, dan is het onrein; gij zult het met vuur verbranden; het is inwendig aangetast, hetzij dat het van binnen of van buiten kaal is.
56En indien de priester ziet, en zie, de plaag na het wassen wat donkerder is geworden, dan zal hij het uit het kleed, of uit het vel, of uit de schering, of uit de inslag scheuren.
57En indien het nog zichtbaar is in het kleed, hetzij in de schering, of in de inslag, of in enig voorwerp van vel, dan is het een zich verspreidende plaag; gij zult datgene waarin de plaag is met vuur verbranden.
En het kleed, hetzij schering of inslag, of welk voorwerp van vel het ook zij, dat gij wast — indien de plaag daarvan geweken is, dan zal het de tweede maal gewassen worden, en het zal rein zijn.
Dit is de wet van de plaag der melaatsheid in een kleed van wol of linnen, hetzij in de schering of inslag, of in enig voorwerp van vel, om het rein of onrein te verklaren.