VSV
StatenvertalingLeviticus 15:1
“En de HEER sprak tot Mozes en tot Aäron, zeggende:”
Kruisverwijzingen
Context
Leviticus 15 — omringende verzen
1
2En de HEER sprak tot Mozes en tot Aäron, zeggende:
Spreek tot de kinderen Israëls en zeg tot hen: Wanneer enig man een vloed heeft uit zijn vlees, is hij vanwege zijn vloed onrein.
3En dit zal zijn onreinheid in zijn vloed zijn: of zijn vlees de vloed doorlaat, of zijn vlees de vloed ophoudt — het is zijn onreinheid.
4Elk bed waarop hij ligt die de vloed heeft, is onrein; en alles waarop hij zit, zal onrein zijn.
5En wie zijn bed aanraakt, zal zijn klederen wassen en zich in water baden, en onrein zijn tot de avond.
6En wie op enig ding zit waarop hij gezeten heeft die de vloed heeft, zal zijn klederen wassen en zich in water baden, en onrein zijn tot de avond.