VSV
StatenvertalingLeviticus 19:2
“Spreek tot de gehele gemeente der kinderen Israëls en zeg tot hen: Gij zult heilig zijn, want Ik, de HEER uw God, ben heilig.”
Kruisverwijzingen
Context
Leviticus 19 — omringende verzen
1
En de HEER sprak tot Mozes, zeggende:
2
3Spreek tot de gehele gemeente der kinderen Israëls en zeg tot hen: Gij zult heilig zijn, want Ik, de HEER uw God, ben heilig.
Ieder van u zal zijn moeder en zijn vader vrezen en Mijn sabbatten houden: Ik ben de HEER uw God.
4Wendt u niet tot de afgoden, en maakt u geen gegoten goden: Ik ben de HEER uw God.
5En indien gij een dankoffer aan de HEER offert, zult gij het offeren naar uw eigen wil.
6Het zal op dezelfde dag dat gij het offert gegeten worden, en op de volgende dag; en indien er iets overblijft tot de derde dag, zal het in het vuur verbrand worden.
7En indien het enigszins op de derde dag gegeten wordt, is het een gruwel; het zal niet aanvaard worden.