Leviticus 2:1
“En wanneer iemand een spijsoffer aan de HEER wil offeren, zo zal zijn offer van fijn meel zijn; en hij zal olie daarover gieten en wierook daarop leggen.”
Kruisverwijzingen
Context
Leviticus 2 — omringende verzen
En wanneer iemand een spijsoffer aan de HEER wil offeren, zo zal zijn offer van fijn meel zijn; en hij zal olie daarover gieten en wierook daarop leggen.
En hij zal het brengen tot de zonen van Aäron, de priesters; en de priester zal daarvan een handvol nemen van het meel en van de olie, met alle wierook daarop; en de priester zal het gedenkoffer daarvan op het altaar verbranden als een vuuroffer van aangename geur voor de HEER.
3En het overige van het spijsoffer zal voor Aäron en zijn zonen zijn; het is een allerheiligste gave van de vuuroffers des HEREN.
4En indien gij een spijsoffer brengt dat in de oven gebakken is, zo zullen het ongezuurde koeken zijn van fijn meel, gemengd met olie, of ongezuurde vladen, bestreken met olie.
5En indien uw offer een spijsoffer is dat op een plaat gebakken is, zo zal het van fijn meel ongezuurd zijn, gemengd met olie.
6Gij zult het in stukken breken en er olie over gieten: het is een spijsoffer.