Leviticus 20:9
“Want ieder die zijn vader of zijn moeder vervloekt, zal zeker ter dood gebracht worden; hij heeft zijn vader of zijn moeder vervloekt; zijn bloed is op hem.”
Kruisverwijzingen
Context
Leviticus 20 — omringende verzen
En indien het volk des lands op enigerlei wijze de ogen sluit voor die man, wanneer hij van zijn nageslacht aan Molech geeft, en hem niet ter dood brengt:
5Dan zal Ik Mijn aangezicht keren tegen die man en tegen zijn huisgezin, en Ik zal hem uitroeien, en allen die hem hoereernd navolgen om hoererij te bedrijven met Molech, uit het midden van hun volk.
6En de ziel die zich wendt tot hen die geesten hebben, en tot waarzeggers, om hen hoererend na te volgen, Ik zal Mijn aangezicht keren tegen die ziel en haar uitroeien uit het midden van haar volk.
7Heiligt u dan, en weest heilig; want Ik ben de HEER uw God.
8En gij zult Mijn inzettingen onderhouden en ze doen: Ik ben de HEER die u heiligt.
Want ieder die zijn vader of zijn moeder vervloekt, zal zeker ter dood gebracht worden; hij heeft zijn vader of zijn moeder vervloekt; zijn bloed is op hem.
En de man die overspel begaat met de vrouw van een ander man, hij die overspel begaat met de vrouw van zijn naaste, de overspeler en de overspeelster zullen zeker ter dood gebracht worden.
11En de man die ligt bij de vrouw van zijn vader heeft de naaktheid van zijn vader ontdekt; zij beiden zullen zeker ter dood gebracht worden; hun bloed is op hen.
12En indien een man ligt bij zijn schoondochter, zij beiden zullen zeker ter dood gebracht worden; zij hebben verwarring aangebracht; hun bloed is op hen.
13Indien een man ook ligt bij een man zoals hij bij een vrouw ligt, zij beiden hebben een gruwel bedreven; zij zullen zeker ter dood gebracht worden; hun bloed is op hen.
14En indien een man een vrouw en haar moeder neemt, is dat goddeloosheid; zij zullen met vuur verbrand worden, hij en zij beiden; opdat er geen goddeloosheid onder u zij.