Leviticus 22:29
“En als gij een dankoffer aan de HEER wilt offeren, offer het op zodanige wijze dat het u welgevallig zij.”
Kruisverwijzingen
Context
Leviticus 22 — omringende verzen
Gij zult de HEER niet offeren wat gekneusd, geplet, gebroken of afgesneden is; gij zult ook geen offer daarvan maken in uw land.
25En van de hand van een vreemdeling zult gij het brood van uw God van geen dezer dingen offeren; want hun bederf is in hen, en er zijn gebreken in hen — zij zullen u niet welgevallig zijn.
26En de HEER sprak tot Mozes, zeggende:
27Als een rund, een schaap of een geit geboren wordt, dan zal het zeven dagen bij zijn moeder zijn; en van de achtste dag af zal het aanvaard worden als een vuuroffer voor de HEER.
28En of het een koe of een ooi is, gij zult het noch haar jong beiden op één dag slachten.
En als gij een dankoffer aan de HEER wilt offeren, offer het op zodanige wijze dat het u welgevallig zij.
Op diezelfde dag zal het opgegeten worden; gij zult er niets van overlaten tot de volgende morgen: Ik ben de HEER.
31Daarom zult gij mijn geboden onderhouden en die doen: Ik ben de HEER.
32Gij zult mijn heilige naam niet ontheiligen; maar Ik zal geheiligd worden onder de kinderen van Israël: Ik ben de HEER, die u heilig,
33Die u uit het land Egypte heeft uitgeleid, om uw God te zijn: Ik ben de HEER.