Terug naar Leviticus 25
VSV
Statenvertaling

Leviticus 25:28

Maar als hij niet in staat is het aan hem terug te geven, dan zal het verkochte in de hand blijven van hem die het gekocht heeft tot het jaar van het jubeljaar; en in het jubeljaar zal het vrijkomen en hij zal naar zijn bezit terugkeren.

Kruisverwijzingen

Context

Leviticus 25 — omringende verzen

23

Het land zal niet voor altijd verkocht worden; want het land is van Mij, en u bent vreemdelingen en bijwoners bij Mij.

24

En in heel het land dat uw bezit is, zult u het recht van lossing toestaan voor het land.

25

Als uw broeder is verarmd en een deel van zijn bezit heeft verkocht, dan zal zijn naaste bloedverwant komen om te lossen wat zijn broeder verkocht heeft.

26

En als de man niemand heeft die het kan lossen, maar hijzelf in staat is het te lossen;

27

Dan zal hij de jaren van de verkoop berekenen en het overschot teruggeven aan de man aan wie hij het verkocht heeft, zodat hij naar zijn bezit kan terugkeren.

28

Maar als hij niet in staat is het aan hem terug te geven, dan zal het verkochte in de hand blijven van hem die het gekocht heeft tot het jaar van het jubeljaar; en in het jubeljaar zal het vrijkomen en hij zal naar zijn bezit terugkeren.

29

En als een man een woonhuis verkoopt in een ommuurd stad, dan mag hij het binnen een vol jaar na de verkoop lossen; binnen een vol jaar mag hij het lossen.

30

En als het niet wordt gelost binnen de tijdruimte van een vol jaar, dan zal het huis in de ommuurd stad voor altijd toebehoren aan hem die het gekocht heeft, gedurende al zijn geslachten; het zal niet vrijkomen in het jubeljaar.

31

Maar de huizen in de dorpen zonder muren eromheen zullen worden gerekend als de velden van het land; zij mogen worden gelost en zij zullen vrijkomen in het jubeljaar.

32

Maar de steden der Levieten en de huizen van de steden van hun bezit mogen de Levieten te allen tijde lossen.

33

En als iemand van de Levieten koopt, dan zal het verkochte huis en de stad van zijn bezit vrijkomen in het jubeljaar; want de huizen in de steden der Levieten zijn hun bezit onder de kinderen Israëls.