Terug naar Leviticus 25
VSV
Statenvertaling

Leviticus 25:34

Maar het veld van de weiden rondom hun steden mag niet worden verkocht; want het is hun eeuwig bezit.

Kruisverwijzingen

Context

Leviticus 25 — omringende verzen

29

En als een man een woonhuis verkoopt in een ommuurd stad, dan mag hij het binnen een vol jaar na de verkoop lossen; binnen een vol jaar mag hij het lossen.

30

En als het niet wordt gelost binnen de tijdruimte van een vol jaar, dan zal het huis in de ommuurd stad voor altijd toebehoren aan hem die het gekocht heeft, gedurende al zijn geslachten; het zal niet vrijkomen in het jubeljaar.

31

Maar de huizen in de dorpen zonder muren eromheen zullen worden gerekend als de velden van het land; zij mogen worden gelost en zij zullen vrijkomen in het jubeljaar.

32

Maar de steden der Levieten en de huizen van de steden van hun bezit mogen de Levieten te allen tijde lossen.

33

En als iemand van de Levieten koopt, dan zal het verkochte huis en de stad van zijn bezit vrijkomen in het jubeljaar; want de huizen in de steden der Levieten zijn hun bezit onder de kinderen Israëls.

34

Maar het veld van de weiden rondom hun steden mag niet worden verkocht; want het is hun eeuwig bezit.

35

En als uw broeder is verarmd en naast u in verval is geraakt, dan zult u hem ondersteunen; ook als hij een vreemdeling of bijwoner is, opdat hij bij u kan leven.

36

Neem van hem geen woeker of rente, maar vrees uw God; opdat uw broeder bij u kan leven.

37

U zult hem uw geld niet geven tegen woeker, noch uw voedsel uitlenen voor rente.

38

Ik ben de HEER, uw God, die u uit het land Egypte heeft geleid, om u het land Kanaän te geven en om uw God te zijn.

39

En als uw broeder die naast u woont is verarmd en aan u is verkocht, dan zult u hem niet als een lijfeigene laten dienen.