Terug naar Leviticus 4
VSV
Statenvertaling

Leviticus 4:17

En de priester zal zijn vinger in een deel van het bloed dopen en het zeven maal besprenkelen voor het aangezicht van de HEER, voor het voorhangsel.

Kruisverwijzingen

Context

Leviticus 4 — omringende verzen

12

De gehele stier zal hij buiten het kamp naar een reine plaats brengen, waar de as wordt uitgestort, en hem op het hout met vuur verbranden; waar de as wordt uitgestort, zal hij verbrand worden.

13

En indien de gehele vergadering van Israël door onwetendheid zondigt, en de zaak verborgen is voor de ogen van de gemeente, en zij iets hebben gedaan tegen een van de geboden van de HEER aangaande dingen die niet gedaan mogen worden, en schuldig zijn;

14

Wanneer de zonde, die zij daartegen begaan hebben, bekend wordt, dan zal de gemeente een jonge stier als zondoffer aanbrengen en hem voor de tabernakel der samenkomst brengen.

15

En de oudsten van de gemeente zullen hun handen op de kop van de stier leggen voor het aangezicht van de HEER; en de stier zal voor het aangezicht van de HEER geslacht worden.

16

En de priester die gezalfd is, zal van het bloed van de stier naar de tabernakel der samenkomst brengen;

17

En de priester zal zijn vinger in een deel van het bloed dopen en het zeven maal besprenkelen voor het aangezicht van de HEER, voor het voorhangsel.

18

En hij zal wat van het bloed doen op de hoornen van het altaar dat voor het aangezicht van de HEER staat in de tabernakel der samenkomst, en al het bloed zal hij uitgieten aan de voet van het brandofferaltaar, dat bij de ingang van de tabernakel der samenkomst staat.

19

En hij zal al het vet ervan afnemen en het op het altaar verbranden.

20

En hij zal met de stier doen zoals hij deed met de stier voor het zondoffer; zo zal hij met deze doen. En de priester zal voor hen verzoening doen, en het zal hun vergeven worden.

21

En hij zal de stier buiten het kamp brengen en hem verbranden zoals hij de eerste stier verbrandde; het is een zondoffer voor de gemeente.

22

Wanneer een vorst gezondigd heeft en door onwetendheid iets gedaan heeft tegen een van de geboden van de HEER zijn God aangaande dingen die niet gedaan mogen worden, en schuldig is;