Leviticus 6:3
“Of iets gevonden heeft dat verloren was en er over liegt en vals zweert; in al deze dingen die een mens doet, daarin zondigt hij;”
Kruisverwijzingen
Context
Leviticus 6 — omringende verzen
En de HEER sprak tot Mozes, zeggende:
2Indien een ziel zondigt en een overtreding begaat tegen de HEER en zijn naaste liegt in wat hem ter bewaring is toevertrouwd, of in een zaak van gemeenschap, of in iets dat met geweld is weggenomen, of zijn naaste heeft bedrogen;
Of iets gevonden heeft dat verloren was en er over liegt en vals zweert; in al deze dingen die een mens doet, daarin zondigt hij;
Dan zal het geschieden, omdat hij gezondigd heeft en schuldig is, dat hij zal teruggeven wat hij met geweld heeft weggenomen, of wat hij door bedrog heeft verkregen, of wat hem ter bewaring was toevertrouwd, of het verloren ding dat hij gevonden heeft,
5Of alles waarover hij vals gezworen heeft; hij zal het in zijn geheel vergoeden en er een vijfde deel aan toevoegen, en het geven aan hem aan wie het toebehoort, op de dag van zijn schuldoffer.
6En hij zal zijn schuldoffer voor de HEER brengen, een ram zonder gebrek uit de kudde, naar uw schatting, als schuldoffer, aan de priester;
7En de priester zal voor hem verzoening doen voor het aangezicht van de HEER, en het zal hem vergeven worden voor al wat hij gedaan heeft, waardoor hij schuldig is geworden.
8En de HEER sprak tot Mozes, zeggende: