Lukas 12:37
“Zalig zijn die dienstknechten, die de heer, wanneer hij komt, wakende zal vinden; voorwaar, Ik zeg u, dat hij zichzelf zal omgorden en hen aan tafel zal doen aanzitten, en naar voren zal komen om hen te dienen.”
Kruisverwijzingen
Context
Lukas 12 — omringende verzen
Vreest niet, kleine kudde; want het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te geven.
33Verkoopt wat gij bezit en geeft aalmoezen; verschaft uzelf beurzen die niet verouderen, een onuitputtelijke schat in de hemelen, waar geen dief bij kan komen en geen mot verderf aanricht.
34Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.
35Laat uw lendenen omgord zijn en uw lichten brandend;
36En weest gij gelijk aan mensen die op hun heer wachten, wanneer hij terugkeert van de bruiloft; opdat zij hem, wanneer hij komt en klopt, terstond kunnen opendoen.
Zalig zijn die dienstknechten, die de heer, wanneer hij komt, wakende zal vinden; voorwaar, Ik zeg u, dat hij zichzelf zal omgorden en hen aan tafel zal doen aanzitten, en naar voren zal komen om hen te dienen.
En als hij in de tweede wake komt, of in de derde wake komt, en hen zo aantreft, zalig zijn die dienstknechten.
39Maar weet dit: indien de heer des huizes had geweten op welk uur de dief zou komen, zou hij gewaakt hebben en zijn huis niet hebben laten inbreken.
40Weest dan ook gij bereid; want de Zoon des mensen komt op een uur waarop gij het niet verwacht.
41Toen zei Petrus tot Hem: Heer, spreekt U deze gelijkenis tot ons, of ook tot allen?
42En de Heer zeide: Wie is dan die getrouwe en verstandige rentmeester, die zijn heer over zijn huishouding zal aanstellen, om aan ieder zijn deel van het voedsel te geven op de juiste tijd?